Directeur IBKI: theoriebijscholing toetsen met examen is goed alternatief | Jongepier Verkeersopleidingen

Directeur IBKI: theoriebijscholing toetsen met examen is goed alternatief

januari 5, 2017 Jongepier 0

In plaats van de toenemende controles bij de theoriebijscholing voor rijinstructeurs, kan IBKI zich voorstellen dat de verplichte bijscholing wordt getoetst met een examen. “Ik heb meer vertrouwen in het examen dan in steeds meer controles op de kwaliteit van de bijscholing”, vertelt Jim Schouten, directeur van IBKI, het instituut voor examinering en certificering in de mobiliteitsbranche. VerkeersPro kijkt samen met Schouten terug op 2016 en de plannen voor het nieuwe jaar.

Er wordt veel over IBKI gezegd en geschreven, ook in het startdocument van de brancheorganisaties. Hoe kijkt u naar de kritiek richting IBKI?

“Op zich is er natuurlijk niets mis mee wanneer men kritisch kijkt naar het functioneren van IBKI. Wel valt op dat veel kritiek niet goed is onderbouwd. In veel gevallen kent men kennelijk de cijfers of achtergronden niet; in andere gevallen worden appels met peren vergeleken. En in weer andere gevallen is het punt terecht en moeten we er iets aan doen.

Ik zou het prettig vinden als we vaker de vraag krijgen om in gesprek te gaan wanneer er iets speelt. Zo is er een beeld dat de instroom van rijinstructeurs te groot is doordat te veel mensen via de Geschiktheidstest van IBKI binnenkomen. Op basis van dat beeld willen sommigen de Geschiktheidstest afschaffen. Ik zou dan liever de vragen krijgen hoeveel procent via de Geschiktheidstest instroomt en wat hun resultaten zijn. Als het om 90 procent gaat en zij scoren slechter, dan heb je een probleem te pakken. Maar het gaat om 10 procent van de nieuwe rijinstructeurs. En hun examenresultaten zijn niet slecht.

Je merkt, ook bij brancheorganisaties, dat er niet wordt nagevraagd hoe het nou precies zit, maar het beeld leidt meteen tot een maatregel. Het zou de voorstellen van de branche sterker maken als die de informatie van tevoren al mee zou nemen.”

Zouden jullie zelf niet actiever informatie moeten delen?

“Dat klopt, we kunnen daar meer in doen. Een maandelijkse nieuwsbrief zou bijvoorbeeld kunnen helpen om vaker tekst en uitleg te geven. Tegelijkertijd weet je niet altijd waar de ander zich mee bezighoudt. Op een gegeven moment horen we wel dat er een startdocument in de maak is, maar dan is er weinig ruimte meer voor onze vragen en suggesties.”

Heeft u het hier over een specifiek onderwerp?

“Wat sinds 2009 speelt, is de angst voor de sanctie bij de praktijkbegeleiding. We hebben heel precies gevolgd hoe vaak die sanctie voorkomt. Uiteindelijk gaat het over 1 tot 2 procent van de rijinstructeurs. Dat doet overigens niks af aan het persoonlijke drama wat de sanctie met zich mee kan brengen. Vóór de wetswijziging heerste de angst dat misschien 25 procent van de rijinstructeurs het vak uit zou worden gewerkt. Je kunt nog steeds vinden dat die sanctie weg moet, maar het is wel belangrijk dat iedereen weet om welke cijfers het werkelijk gaat.

Het zou me overigens niks verbazen wanneer je 14.000 rijinstructeurs laat kiezen tussen wel of geen sanctie, ze eerst denken aan welk risico ze zelf willen lopen. Het grotere belang, namelijk het ingrijpen wanneer iets echt niet door de beugel kan, komt dan waarschijnlijk op de tweede plaats.“

Hoe kijkt u zelf naar de sanctie?

“Bij de voorbereiding van de WRM in 2007 was heel duidelijk dat bij verplichte bijscholing ook een beoordeling en een sanctie zouden horen. Dat is uitvoerig met de brancheorganisaties besproken. Wanneer een rijinstructeur tot drie keer toe niet kan laten zien dat hij systematisch les kan geven, volgt een sanctie. Iemand heeft vijf jaar de tijd om zich daarop voor te bereiden. Overigens was het vóór 2009 ook al zo dat je je lesbevoegdheid kwijtraakte wanneer je de applicatietoets niet haalde.”

Jullie voeren uit wat de politiek wil. Is het lastig om de politieke keuzes te verdedigen wanneer daar veel kritiek op komt?

“Het is niet leuk om kritiek te horen, maar het is wel onze keuze om verantwoordelijkheid te nemen voor de uitvoering. Daarmee word je niet verantwoordelijk voor de politieke keuzes die daaronder liggen, maar we lopen er ook niet voor weg. Wat ik lastig vind, is dat er vaak op één onderdeel geageerd wordt, zoals de sanctie, en dat het moeilijk is om een gesprek te voeren over hoe je dan wel een sluitend systeem krijgt voor kwaliteitsverbetering. Tegenstanders hebben het vooral over een veel vrijblijvender systeem. Maar er gaat geen regelgeving komen voor een vrijblijvend systeem. Dan moet je als branche zeggen: haal die regulering eraf, maar dat doet de branche natuurlijk niet. Een deel is juist heel blij dat het rijles geven in Nederland gereguleerd is. De regels voorkomen dat iedereen maar les kan geven en dat zorgt ook voor brood op de plank voor rijschoolhouders.

Wel regels willen maar geen sanctie, gaat niet samen. Dan kun je het alleen nog maar hebben over welke regels er moeten zijn. Wil je inderdaad verplichte bijscholing of wil je toch liever een examen? En als je het examen niet haalt, mag je dan een, twee of tien keer terugkomen? En als die vijf jaar voorbij is, heb ik dan nog nul dagen respijt, of twee maanden?”

In hoeverre neemt IBKI zelf initiatief om regels aan te passen?

“Wij kennen de geschiedenis, we kunnen die uitleggen en we kunnen soms de weg wijzen, maar we gaan niet zomaar zelf aan de slag met sancties, kwaliteit van bijscholing, enzovoort. Dat is iets wat vanuit de Tweede Kamer of het ministerie komt. Ook de branche kan daar suggesties voor geven. Daar adviseren we dan over. Zo zijn we op verzoek van de branche de theoriebijscholing gaan bezoeken omdat er zorg was over de kwaliteit.”

Wat is daaruit voortgekomen?

“We hebben een pilot gedraaid om te kijken wat er precies gebeurt met de terugkoppeling die we geven aan de opleiders. We zijn daar in de loop van 2015 mee begonnen. Dit voorjaar hebben we geconcludeerd dat het goed was om dat te blijven doen. We komen onaangekondigd langs, maar die controles blijven gewoon lastig. Zo’n docent weet natuurlijk of we er wel of niet zitten en kan zijn les hier alsnog op aanpassen. Uit mijn hoofd gezegd hebben we maar één keer besloten een opleider een waarschuwing te geven.  Er is echter geen sanctie, daar bestaat geen wetgeving voor. De controle is meer een service waarbij de opleiders tips kan krijgen. Maar als die ze niet opvolgt, dan is dat jammer. Hier moet de markt uiteindelijk zijn werk doen; het staat rijinstructeurs immers vrij een betere opleider te zoeken.”

De rijinstructeurs hoeven nu geen toets af te leggen na het volgen van bijscholing. Zou zo’n toets geen goed idee zijn?

“De controles op bijscholing blijven een beperkt middel. Het is slechts een steekproef en we kunnen geen sanctie opleggen. Je wilt uiteindelijk ook niet achter iedere docent een controleur zetten. Ik zou graag zoeken naar een oplossing die zonder dat soort controles kan. Wij zeggen dan: regel het examen. Hoe een rijinstructeur zijn kennis vergaart, is helemaal aan hem, maar uiteindelijk moet het examen de kwaliteit borgen. Op deze manier heb je een heel overzichtelijk systeem waarbij je ook geen tijd en energie in controles hoeft te steken. Wij moeten als IBKI er voor zorgen dat het examen goed op orde is en die expertise hebben wij. Op deze manier ontstaat er ook ruimte voor e-learning of blended learning waar we nu heel terughoudend in zijn, omdat dat weer extra fraudemogelijkheden creëert. ”

Een examen heeft dus jullie voorkeur.

“Ik heb meer vertrouwen in het examen dan in steeds meer controles. Vanuit dat perspectief heeft het examen inderdaad mijn voorkeur. Maar welke manier nu uiteindelijk bijdraagt aan kwaliteitsverbetering, vind ik moeilijk te beoordelen. Ik denk dat de vrijwillige theoriebijscholing voor de goedwillende rijinstructeur minstens zo veel oplevert, omdat hij dan ook met collega’s over de vakinhoud van gedachten kan wisselen. Ik denk dat hij daar meer energie uithaalt, dan het afleggen van een verplicht examen. Voor degene die de theoriebijscholing alleen maar als ballast ziet, denk ik dat de aanwezigheidsplicht die nu geldt, weinig oplevert. Het examen werkt dan als stok achter de deur. Ik weet echter niet hoe de verhouding ligt tussen die groepen rijinstructeurs. Dat maakt het lastig om te bepalen wat de beste manier is.

Uiteindelijk is het een politieke afweging. Willen we vooral een minimumniveau afdwingen, dan kun je met een examen meer voor elkaar krijgen. Als je vooral de enthousiaste, gemotiveerde rijinstructeurs wilt stimuleren, dan is examinering niet een heel handige manier. De politiek moet bepalen waar het accent komt te liggen.”

Hebben jullie dit idee over het examen uitgesproken richting de politiek?

“Ik spreek nu een technische voorkeur uit: examinering is een stuk handiger te regelen en te borgen, geen gedoe met misbruik en controles. Maar uiteindelijk vind ik het ook belangrijk dat de branche iets krijgt waar de branche vertrouwen heeft. We dachten in 2009 dat voor elkaar te hebben met meer praktijkbegeleiding. De branche wilde zelf graag de theoriebijscholing, dus die is er ook gekomen. We hebben daarin meebewogen, alleen heeft niemand zich toen voldoende gerealiseerd dat er weinig grip is op de kwaliteit van de bijscholing. We hebben vooraf wel aangegeven dat we daar geen zicht op hebben, maar dat wil niet meteen zeggen dat de kwaliteit dan ook naar beneden zou gaan.

We willen graag oplossingen waar geen extra controle voor nodig is. Dat geldt ook voor de stages. Er zijn veel signalen over fraude met stage. Toch wil je geen WRM waarbij er iemand van IBKI bij alle stagelessen meerijdt. Blijf alsjeblieft weg van steeds meer controle. Bij de stage moet je je afvragen of de branche die verantwoordelijkheid wil en kan dragen. Als dat niet zo is, hoop ik niet dat meer controle het antwoord is, maar dat we op een andere manier de gewenste praktijkervaring kunnen organiseren. Overigens zijn de onderzoeken naar zowel fraude bij de theorie-examens als stages bijna afgerond. Begin 2017 volgt het eindrapport.”


Hoe kijkt u naar het voorstel om een MBO 4- of havo-diploma als eis te stellen voor nieuwe rijinstructeurs?

“Dat is ingewikkeld. Het aantal rijinstructeurs is op papier nog steeds twee keer groter dan de vraag, maar de instroom loopt al sterk terug. Die was in 2011 ver boven de duizend en zit nu rond de vijfhonderd rijinstructeurs per jaar. Ook dit is zo’n voorbeeld waarbij je je afvraagt of iedereen weet hoe het precies zit wanneer er wordt gesproken over ‘de grote instroom’.

Wanneer je een havo-diploma eist, is de vraag of deze mensen willen werken voor het salaris van een rijinstructeur. Als dat ertoe zou leiden dat de instroom nog veel verder terugloopt en daardoor een ongewenst tekort aan rijinstructeurs ontstaat, gaat dat op een andere manier de markt weer verstoren. Daarnaast is het niet altijd gezegd dat de mensen met een MBO 4- of havo-diploma ook daadwerkelijk betere rijinstructeurs zijn. Er zijn mensen die geen diploma hebben, maar wel over meer levenservaring beschikken. Die ervaring zou het gebrek aan diploma’s ruimschoots kunnen compenseren. Met het stellen van deze eisen ga je dus ook deze mensen uitsluiten.”

Onderzoeken jullie het effect van de vooropleiding?

“Wij constateren of iemand wel of niet toelaatbaar is, maar wij registeren nu niet welk diploma diegene op zak heeft. We kunnen dus geen slagingspercentages relateren aan de vooropleiding van een rijinstructeur. Wanneer je dit wel zou doen, zou je antwoord kunnen geven op de vraag of het idee klopt dat iemand met een havo-diploma makkelijker door de wrm-examens heen rolt. Als deze maatregel serieus wordt overwogen, is het verstandig om eerst zo´n onderzoek te doen. Niet alleen naar het diploma, maar ook naar leeftijd, ervaring, woonplaats, enzovoort.”

De behandeling van de nieuwe WRM wordt steeds maar weer doorgeschoven. Hoe is dat voor IBKI?

“In elk geval heeft de vervroegde evaluatie in 2013 nog steeds niet tot aanpassingen geleid. Voor ons is het nog niet duidelijk of er meer, minder of ander werk uit voortkomt. We houden er bijvoorbeeld al drie jaar rekening mee dat het aantal praktijkbegeleidingen wordt gehalveerd. Dat creëert onzekerheid voor bijvoorbeeld de examinatoren. Het feit dat de wet maar niet behandeld wordt, zorgt er ook voor dat de inzichten blijven veranderen, wat ook weer resulteert in andere maatregelen. Als dat ingrijpende wijzigingen worden, dan begint het hele voorbereidingstraject weer opnieuw.”

Wat staat er verder voor IBKI te wachten in 2017?

“Nieuwe rijinstructeurs moet drie theorie-examens afleggen. Het aantal momenten dat examenkandidaten bij ons terecht kunnen, moet flexibeler worden zodat ze niet zes tot acht weken hoeven te wachten. We krijgen hier nu veel klachten over van rijinstructeurs en opleiders. Dat begrijp ik ook. We blijven wel vasthouden aan onze gecontroleerde omgevingen, zeker gezien de suggesties dat er meer mensen zijn die de examenvragen hebben dan wij. We zijn druk bezig de beeldschermlokalen aan te passen waardoor we nog meer zicht op hebben wat iedereen daar doet.”

Directeur IBKI: theoriebijscholing toetsen met examen is goed alternatief