In deel 1 lieten we zien voor wie er iets verandert, en wanneer. In deel 2 legden we uit wat de nieuwe examentermen B1 tot en met B4 betekenen. In dit laatste deel kijken we vooruit, zoals beloofd. Wat is er al bekend over de richting van de nieuwe bijscholing? En wat is er ondertussen wel en niet slim om te doen, als instructeur en als rijschoolhouder?
Net als in de vorige delen schrijf ik dit op persoonlijke titel, als opleider. Alles komt uit de stukken die het ministerie openbaar heeft gemaakt. De bronnen staan onderaan.
Eerst dit: voor jou verandert er nu niets
Je bijscholingsplicht is vandaag dezelfde als gisteren: drie theoriedagen en één praktijkbegeleiding per vijf jaar. Je WRM-bevoegdheidspas blijft geldig. De nieuwe regels moeten nog in een wet komen. Volgens de planning gaat het nieuwe stelsel ergens tussen 2029 en 2033 in.
Wat er wél bekend is over de richting
In het beleidskader van mei 2026 staan drie dingen die de bijscholing raken.
- Een verplicht nationaal leerplan voor rijinstructeurs, inclusief bijscholingsverplichtingen. De opleiding én de bijscholing krijgen dus een landelijke basis.
- Positief belonen. Goed presterende rijscholen en instructeurs moeten zich kunnen onderscheiden. Als voorbeeld noemt het ministerie voordelen bij de verlenging van je WRM-pas, of bij het inkopen van examencapaciteit.
- Meer samenhang met je praktijk. Het ministerie stelt vast dat examenresultaten, toezicht en de ontwikkeling van instructeurs nu weinig met elkaar te maken hebben. En dat de huidige regels voor herregistratie weinig houvast geven om op didactische kwaliteit te sturen.
Onze lezing: de bijscholing gaat meer over je eigen ontwikkeling als instructeur, en minder over een optelsom van losse dagen. Dat is een richting, geen regel.
Een voorstel uit 2024: vakbekwaamheidsexamens
In 2024 heeft IBKI in opdracht van het ministerie uitgewerkt hoe de opleiding en de bijscholing van rijinstructeurs anders kunnen. Dat rapport is openbaar en naar de Tweede Kamer gestuurd. Het voorstel daarin: de huidige theorie- en praktijkbijscholing vervangen door twee vakbekwaamheidsexamens bij IBKI, één voor theorie en één voor praktijk, in het vierde of vijfde jaar van je pas. De minister schreef toen dat de vijfjaarlijkse verlenging blijft, “maar de eisen worden aangepast”.
Zeg er wel bij: dat was een voorstel, geen besluit. Uit de branche kwam er toen ook kritiek op; dat staat in hetzelfde rapport. En in het beleidskader van 2026 staat het zo niet. Daar staat “bijscholingsverplichtingen”. Of het straks dagen worden, een examen of een mix, is dus echt nog open.
Ook verder staat er nog niets vast: hoeveel dagen, welke onderwerpen en hoe dat belonen werkt. Het ministerie schrijft er zelf bij dat maatregelen nog kunnen worden aangepast, later ingevoerd of geschrapt.
Hoor je ergens al precies hoeveel dagen het worden, of hoe een examen eruitziet? Vraag dan waar dat staat. In de openbare stukken staat het niet. Er ligt nog geen wetsvoorstel, en het ministerie schrijft zelf dat er nog van alles kan veranderen.
Wat is nu slim, als instructeur?
- Check je verloopdatum in Mijn IBKI. Dan weet je hoeveel dagen je nog moet doen, en vóór wanneer. Wie dat op tijd weet, kan rustig plannen.
- Kies onderwerpen waar je in je lessen iets aan hebt. Je dagen moet je toch doen. Didactiek, lesplannen maken en coachen passen bij de kant die het nieuwe stelsel op gaat.
- Oefen nu al met het moment ‘examengereed’. In de plannen wordt de instructeur verantwoordelijk voor de examengereedmelding. Ook komt er één verplicht tussentijds toetsmoment voor de praktijk. Doe je nu al een vaste check voordat je iemand aanmeldt, dan hoef je straks weinig om te gooien.
- Weet hoe je ervoor staat. Slagingspercentages zijn nu per rijschool openbaar, niet per instructeur. In de plannen gaan resultaten een grotere rol spelen, ook bij dat positief belonen.
Wat is níet slim?
- Wachten met je bijscholing tot de nieuwe regels er zijn. Je huidige plicht loopt gewoon door. Verloopt je pas, dan heb je een probleem, nieuwe WRM of niet.
- Dagen stapelen ‘voor de nieuwe WRM’. Niemand weet nog hoe de nieuwe bijscholing eruitziet, ook wij niet. Het heeft geen zin om nu extra te doen voor een stelsel dat er nog niet is.
En als rijschoolhouder?
- Blijf gewoon opleiden. Wie je nu laat opleiden, haalt een bevoegdheid die geldig blijft. Wachten op de nieuwe WRM kost je jaren.
- Plan de bijscholing van je team bewust. Niet alleen op wie het eerst verloopt, maar ook op wat je team nodig heeft. Didactiek en theorieles geven worden belangrijker, zag je in deel 2.
- Spreek af wie ‘examengereed’ zegt. Komt die verantwoordelijkheid bij de instructeur te liggen, dan wil je daar binnen je rijschool duidelijke afspraken over.
- Goed om te weten: in de plannen vervalt de eis dat je eerst rijinstructeur B moet zijn voordat je een andere categorie doet. Dat kan op termijn je werving veranderen, bijvoorbeeld voor motor of vrachtauto. Nu geldt nog gewoon: eerst B.
Tot slot
Daarmee ronden we deze serie af. Komt er nieuws in de openbare stukken, dan lees je het hier.
Vragen over jouw situatie? Bel of app ons op 085-4859600 (werkdagen 08.30–17.00). Je krijgt een eerlijk antwoord, ook als dat is dat je niets hoeft te doen.
Bronnen: Kamerbrief “Stand van zaken programma Van Rijles naar Rijonderwijs” (29 juni 2026) met als bijlage het beleidskader (11 mei 2026), openbaar via rijksoverheid.nl; Kamerbrief “Voortgang advies Roemer” (28 mei 2024) met als bijlage het IBKI-rapport “De rijinstructeur: sleutel naar meer verkeersveiligheid” (februari 2024), openbaar via tweedekamer.nl; huidige bijscholingsplicht: IBKI.